Eisen Snippenbrevetten

Elke Snippenbrevet heeft zijn eigen exameneisen. Klik op een van de onderstaande brevetten om de betreffende exameneisen te bekijken:

Exameneneisen Snippenbrevet 1: Het Bokje [naar boven]

Gekleed zwemmen:
Pyjama op de kant aantrekken, te water gaan met een sprong naar keuze gevolgd door 10 meter schoolslag en daarna de pyjama uittrekken in het water.

Zwemmen:
Duiken vanaf de bassinrand gevolgd door 9 meter onder water zwemmen en vervolgens:

  • 25 meter borstcrawl
  • 25 meter rugcrawl
  • 150 meter schoolslag met keerpunten,waarin in de 1e baan 1 koprol voorover en in de 2e baan 1 koprol achterover
  • 25 meter samengestelde rugslag
  • 10 meter wrikken richting voet

Vaardigheid:
Hurksprong van de bassinrand, schoolslag zwemmen naar de mat (5 meter), op de mat klimmen en zich vervolgens achterover van de mat laten vallen, onder de mat doorzwemmen en daarna op een diepte van 1,5 – 2 meter een bordje opduiken.

Springen:
Rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt uit stand van de 1-meter plank.

Exameneisen Snippenbrevet 2: De Poelsnip [naar boven]

Zwemmen:
Duiken vanaf de bassinrand gevolgd door 10 meter onder water zwemmen en vervolgens:

  • 50 meter borstcrawl met keerpunt
  • 50 meter rugcrawl met keerpunt
  • 150 meter schoolslag met keerpunten
  • 25 meter samengestelde rugslag.

Reddend zwemmen:
Hurksprong vanaf de bassinrand en een persoon van gelijke grootte vervoeren in de kopgreep over een afstand van 10 meter.

Waterpolo:
Borstcrawl zwemmen met een waterpolobal voor de neus over een afstand van 10meter en daarna de bal 3 meter ver weg gooien, in de zwemrichting.

Duiken en springen:

  • Duik van de 1-meter plank.
  • Rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt met aanloop van de 1-meter plank.
Exameneisen Snippenbrevet 3: De Houtsnip [naar boven]

Zwemmen:
Met een startduik te water gaan, gevolgd door:

  • 75 meter borstcrawl met keerpunten
  • 75 meter rugcrawl met keerpunten
  • 150 meter schoolslag met keerpunten
  • 50 meter samengestelde rugslag

Reddend zwemmen:

  • Vanaf de bassinrand met een hurksprong te water gaan en een pop opduiken (1,5 meter diepte).
  • De pop boven water brengen en 5 seconden boven water houden.
  • Een mede-kandidaat vervoeren: 10 meter in kopgreep en 10 meter in okselgreep.

Waterpolo:
Op een afstand van 2 meter de waterpolobal 5 maal vangen en werpen naar een mede-kandidaat.

Duiken en springen:

  • Duik met aanloop van de 1-meter plank.
  • Rechtstandige sprong voorwaarts met hurkbeweging en aanloop van de 1-meter plank.
Exameneisen Snippenbrevet 4: De Watersnip [naar boven]

Zwemmen:

  • 25 meter vlinderslag met zwemvliezen

Met een startduik te water gaan, gevolgd door:

  • 100 meter borstcrawl met keerpunten
  • 100 meter rugcrawl met keerpunten
  • 150 meter schoolslag met keerpunten
  • 50 meter samengestelde rugslag.

Reddend zwemmen:
Help je vriendje!
Met een hurksprong te water gaan en zwemmen naar de drenkeling. Vanuit de pols pakken tot polsgreep en vervoeren naar de kant.
Red jezelf!
Met je regenpak te water gaan en van je regenpak een drijfmiddel maken en vervolgens 4 minuten blijven drijven.

Waterpolo:
Op een afstand van 2 meter de waterpolobal 5 maal vangen en werpen naar een mede-kandidaat
Op een afstand van 5 meter schieten op een leeg waterpolodoel.

Duiken en springen:

  • Zweefduik met aanloop van de 1-meterplank.
  • Rechtstandige sprong achterwaarts van de 1-meterplank.
Exameneisen Snippenbrevet 5: De Goudsnip [naar boven]

Zwemmen:

  • 25 meter vlinderslag
  • Met een startduik te water gaan, gevolgd door:
  • 150 meter borstcrawl met keerpunten
  • 150 meter rugcrawl met keerpunten
  • 150 meter schoolslag met keerpunten
  • 50 meter samengestelde rugslag

Reddend zwemmen:
Help je vriendje!
Werpen met een reddingklos naar de drenkeling die 8 meter uit de kant ligt, gevolgd door het naar de kant halen van de drenkeling.
Gekleed met een hurksprong te water. Zwemmen tot de plek waar een pop op 2 meter diepte op de bodem ligt, met een hoekduik naar de bodem, de pop opduiken en 10 meter in kopgreep vervoeren.

Waterpolo:
Op een afstand van 3 meter de waterpolobal 5 maal vangen en werpen naar een mede-kandidaat
Op een afstand van 7 meter schieten op een leeg waterpolodoel.

Duiken en springen:

  • Zweefduik met aanloop van de 1-meterplank.
  • Rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt met halve schroef van de 1-meterplank.
Het Sterrenteam [naar boven]

Na het 5e brevet kan er toch worden doorgezwommen in het Sterrenteam. De kinderen krijgen dan les van verschillende lesgevers met hun eigen aandachtsgebied: survival, techniek, waterpolo, schoonzwemmen, wedstrijdzwemmen en snorkelen staan dan op het programma.

Geef een reactie